Laag 1
Laag 2
Laag 3

Laag 2 – Alstublieft! Dit is laag 2 van Pensioen 1-2-3

In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1.

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen: u kiest zelf hoeveel u wilt weten

  • Laag 1: uw pensioenregeling in 5 minuten.
  • Laag 2: u leest meer over een onderwerp of uw pensioenregeling.
  • Laag 3: álle regels en het beleid van ons pensioenfonds.

Krijgt u de informatie liever op papier? Vraag dit dan aan bij Contact.

In Pensioen 1-2-3 staan geen bedragen of persoonlijke informatie
Die vindt u op mijnpensioenoverzicht.nl. Ze staan ook op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u elk jaar van ons krijgt.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

U krijgt ouderdomspensioen vanaf uw AOW-leeftijd
Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van BPF Waterbouw en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen ontvangt u vanaf de AOW gerechtigde leeftijd tenzij u uw pensioen vervroegt of verlaat. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van BPF Waterbouw is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw AOW gerechtigde leeftijd maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over het salaris dat u in dat jaar heeft verdiend. Over uw pensioengevend salaris bouwt u jaarlijks 0,94% aan ouderdomspensioen op.
Daarnaast bouwt u een pensioenkapitaal op; de opbouw is op basis van een bijdrage van 3% van uw pensioengevend salaris. De opbouw is wel gemaximeerd en is afhankelijk van uw leeftijd en inkomen.

Uw partner en kinderen krijgen een pensioen als u overlijdt
Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen en wezenpensioen op. Als u overlijdt, heeft uw partner recht op een partnerpensioen en uw kinderen krijgen een wezenpensioen indien zij jonger dan 16 jaar.

Het partnerpensioen is ongeveer 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij BPF Waterbouw pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner ook ongeveer 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. De hoogte van het wezenpensioen is ongeveer 20% van het partnerpensioen. Elk kind krijgt dit tot hij of zij 16 jaar is.

Zolang het kind op school zit of studeert, krijgt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is. Zijn de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde deelnemer en diens partner beiden overleden, dan wordt het bedrag van het wezenpensioen verdubbeld.

De hoogte van het pensioen voor uw partner en uw kinderen bij uw overlijden staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank. Als u verwacht in de toekomst niet volledig de wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid te ontvangen, dan kunt u zich bij het pensioenfonds bijverzekeren.

U blijft pensioen opbouwen als u arbeidsongeschikt bent en heeft dan misschien recht op invaliditeitspensioen
Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw voor dat deel fat u arbeidsongeschikt bent zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is onder andere afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Meer informatie hierover vindt u in het pensioenreglement.

Als u arbeidsongeschikt wordt, heeft u misschien recht op een aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Deze aanvulling noemen we invaliditeitspensioenen en vult uw WIA-uitkering aan tot 70% van het pensioengevend inkomen vóór ziekte, vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het invaliditeitspensioen gaat in op de dag waarop de WIA-uitkering ingaat. Het invaliditeitspensioen eindigt wanneer uw AOW ingaat. Het invaliditeitspensioen sluit dus aan op uw AOW-leeftijd. Eindigt uw recht op de WIA-uitkering eerder? Dan stopt uw invaliditeitspensioen ook.

U vindt álle regels in ons pensioenreglement
Wilt u precies weten wat de regels zijn? Lees dan ons pensioenreglement in laag 3. Krijgt u het reglement liever op papier? U vraagt dit makkelijk en snel aan bij Contact. U kunt ook uw werkgever vragen om meer uitleg over uw pensioen.

Hoe bouwt u pensioen op?

A. Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt dit zelf in ongeveer 50 jaar op als u in Nederland woont of werkt. Dan krijgt u straks AOW. De AOW-leeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB.nl) voor uw AOW-leeftijd en voor de AOW-bedragen. Deze worden jaarlijks aangepast.

Let op
Woonde of werkte u niet altijd in Nederland? Dan krijgt u waarschijnlijk minder AOW.

B. Pensioen dat u via uw werk opbouwt
U bouwt pensioen op bij BPF Waterbouw. Elk jaar bouwt u een deel van uw pensioen op. U krijgt 1 keer per jaar een Uniform Pensioenoverzicht (UPO).

Daarop staat:

  • het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd;
  • het ouderdomspensioen dat u kunt bereiken als u tot uw pensioendatum in de waterbouw blijft werken;
  • het partnerpensioen dat uw partner krijgt als u overlijdt;
  • het wezenpensioen dat uw kinderen krijgen als u overlijdt.

Kijk ook op mijnpensioenoverzicht.nl. Daarop staat een overzicht van uw AOW en al uw pensioen dat u via het werk opbouwde. U vindt er ook de nettobedragen.

C. Pensioen dat u zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen
U kunt uw AOW en pensioen zelf aanvullen. Bijvoorbeeld met spaargeld of banksparen. Of met een verzekering, zoals een lijfrente. Of u dit nodig vindt, hangt af van uw eigen situatie en wensen. Een financieel adviseur kan u helpen bij het maken van keuzes. Of kijk op nibud.nl voor de Pensioenschijf-van-vijf.

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling
De jaarlijkse pensioenopbouw is gekoppeld aan het salaris dat u in dat jaar heeft verdiend. Uw uiteindelijke pensioen is een afspiegeling van wat u gemiddeld heeft verdiend in de jaren die u aan de pensioenregeling deelneemt.

De pensioenregeling verstaat onder pensioengevend salaris: de som van de loonbedragen, waarover in een kalenderjaar premie is of wordt geacht te zijn betaald; daarbij rekening houdend met het voor dat kalenderjaar geldende maximaal pensioengevend loon. Over uw pensioengevend salaris bouwt u 0,94% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele toeslagen of kortingen  Vanaf uw AOW gerechtigde leeftijd ontvangt u dit pensioenbedrag elk jaar (verdeeld over 12 gelijke maandelijkse termijnen) zo lang u leeft.

Daarnaast bouwt u een pensioenkapitaal op; de opbouw van dit kapitaal is op basis van een jaarlijkse bijdrage van 3% van uw pensioengevend salaris. De opbouw is wel gemaximeerd en is afhankelijk van uw leeftijd en inkomen. Het kan dus zijn dat in uw situatie de opbouw lager is dan de jaarlijkse bijdrage van 3,0%; u betaalt dan natuurlijk ook een lagere premie. Over het saldo van uw pensioenkapitaal wordt jaarlijks een rentevergoeding gegeven.

Op uw AOW-leeftijd wordt het pensioenkapitaal omgezet in een maandelijks pensioen.

Opbouwpercentage
U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. U bouwt pensioen op over uw jaarinkomen tot maximaal € 194.771,- (2021). Over het gemaximeerde jaarinkomen bouwt u jaarlijks 0,94% aan pensioen op.

Voor de opbouw van het pensioenkapitaal betaalt u jaarlijks een bijdrage van maximaal 3,0% van uw jaarinkomen. De exacte opbouw is afhankelijk van uw leeftijd en van de hoogte van uw inkomen.

U en uw werkgever betalen samen voor uw pensioen
U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. U betaalt de helft en uw werkgever betaalt de helft. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. De pensioenpremie bedraagt 17.2%. Bij BPF Waterbouw betaalt u zelf de helft van de premie (8,6%) en uw werkgever de andere helft (8,6%).

De opbouw van het pensioenkapitaal is op basis van een bijdrage van 3,0% en dit betaalt u volledig zelf.

De premies die u zelf betaalt, vindt u terug op uw loonstrook.

Welke keuzes heeft u zelf?

Uw pensioen meenemen
U heeft een baan in de waterbouw. Uw werkgever is bij ons aangesloten. Daarom bouwt u nu pensioen op in onze pensioenregeling.

U kunt opgebouwd pensioen vaak meenemen naar uw nieuwe pensioenfonds 

Pensioen meenemen heet waardeoverdracht. Als uw opgebouwd pensioen in 2021 hoger is dan € 503,24 per jaar, dan beslist u zelf of u uw pensioen meeneemt. Waardeoverdracht kan bijvoorbeeld gunstig zijn als uw nieuwe werkgever een betere pensioenregeling heeft. Of misschien wilt u al uw pensioen bij één pensioenfonds hebben.

Let op: voor opgebouwd pensioen van € 503,24 of lager gelden andere regels. U leest deze regels verderop bij U heeft een klein pensioen opgebouwd bij BPF Waterbouw.

Bedenk goed of waardeoverdracht voor u verstandig is
Waardeoverdracht is makkelijk. Zo houdt u uw pensioen bij elkaar. Maar het kan ook nadelen hebben. Kijk daarom eerst goed naar de financiële situatie van uw oude en nieuwe pensioenfonds. En wat u krijgt in de oude en nieuwe situatie. Biedt uw nieuwe werkgever een beter pensioen voor uw nabestaanden? Of is de kans op verlagingen bij uw nieuwe pensioenfonds de komende jaren kleiner? Dan kan waardeoverdracht gunstig zijn. Andersom kan natuurlijk ook

Deze informatie helpt u bij uw keuze

  • Het Pensioen 1-2-3 van uw oude en nieuwe pensioenfonds
    U ziet wat u wel en niet krijgt bij elk fonds. En of uw pensioen de komende jaren kan stijgen.
  • De pensioenvergelijker
    U ziet in het kort wat de verschillen zijn tussen uw oude en nieuwe pensioenregeling. Kijk in laag 3 voor onze pensioenvergelijker.
    Weet u niet zeker wat verstandig is? Overleg dan met uw financieel adviseur.

Als het financieel niet goed gaat, kan waardeoverdracht niet direct
De financiële situatie van uw oude en nieuwe pensioenfonds moet wel goed zijn. De beleidsdekkingsgraad moet minstens 100% zijn. Dit is wettelijk geregeld.

Is dit niet zo? Dan kunt u uw waardeoverdracht wel aanvragen. Maar uw pensioen blijft bij uw oude fonds tot de financiële situatie van beide fondsen weer goed is. Daarna krijgt u een opgave. U beslist dan pas of u uw pensioen echt meeneemt.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen:

  • het geld dat een fonds in kas heeft, en
  • het geld dat het fonds nu en in de toekomst aan pensioenen moet betalen.

Is de dekkingsgraad 100%? Dan zijn die 2 gelijk. Er is dan precies genoeg geld voor alle pensioenen.

Elk fonds meet de dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. Daarvan nemen we het gemiddelde. Dit heet de beleidsdekkingsgraad. We meten die elke maand. U leest meer over onze financiële situatie op bpfwaterbouw.nl. Kijk bij Nieuws.

U wilt uw pensioen meenemen
Waardeoverdracht regelt u altijd bij uw nieuwe pensioenfonds. U leest bij Wat moet ik doen bij… waardeoverdracht hoe u een waardeoverdracht aanvraagt.

U wilt uw pensioen niet meenemen
Dan blijft uw pensioen bij uw oude pensioenfonds staan. Wilt u hulp bij het maken van uw keuze? Uw financieel adviseur helpt u graag.

Als u later een andere baan krijgt
Krijgt u later een andere baan? En een andere pensioenregeling? Dan gaat u pensioen opbouwen in die pensioenregeling. Ook dan kunt u ervoor kiezen uw opgebouwde pensioen mee te nemen. U vraagt dit aan bij uw nieuwe pensioenfonds.

Dit is niet nodig als u een nieuwe baan vindt in onze bedrijfstak. U blijft dan namelijk pensioen bij ons opbouwen. Uw pensioenregeling verandert dus niet.

Als u een baan krijgt in het buitenland
Krijgt u een nieuwe baan in het buitenland? Dan kunt u uw pensioen soms ook meenemen. Dit hangt af van de regels in dat land en de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever. Wilt u meer weten? Bel ons dan op 088 230 23 04.

U heeft een klein pensioen opgebouwd bij BPF Waterbouw
Is uw pensioen in 2021 lager dan € 503,24 per jaar en ging u na 1 januari 2018 uit dienst, dan gelden er andere regels.

Uw opgebouwd pensioen is minder dan € 503,24 per jaar en hoger dan € 2,- per jaar
BPF Waterbouw zorgt er automatisch voor dat uw kleine pensioen meegaat naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Ons fonds checkt daarom elk jaar bij www.mijnpensioenoverzicht.nl of u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. Heeft u geen nieuwe pensioenuitvoerder, dan blijft uw pensioen bij BPF Waterbouw.

Bent u voor 1 januari 2018 uit dienst gegaan en heeft u een klein pensioen opgebouwd bij BPF Waterbouw, dan dragen we uw pensioen misschien ook over als u pensioen opbouwt bij een nieuwe pensioenuitvoerder. In 2021 besluiten we of en zo ja, wanneer we dit doen.

Uw minipensioen van € 2 per jaar of lager vervalt automatisch
Stopte uw pensioenopbouw en is uw opgebouwd pensioen €2,- of lager per jaar, dan krijgt u dat pensioen niet. De administratiekosten voor de hele kleine pensioenen zijn in verhouding erg hoog. Daarom mogen pensioenfondsen deze hele kleine pensioenen laten vervallen. De pensioenen die vervallen, komen in de gezamenlijke pot van het pensioenfonds. Zo komt het ten goede aan de overige deelnemers in de pensioenregeling.

Eerder met pensioen gaan
Uw pensioen gaat bij ons standaard in op uw AOW-leeftijd. U kunt ook eerder of later met pensioen gaan.

U gaat eerder met pensioen
In plaats van met pensioen te gaan op uw AOW-leeftijd kunt u er voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde ouderdomspensioen. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank om te zien wanneer uw AOW ingaat. U leest uw AOW-leeftijd op svb.nl.

U gaat ná uw AOW-gerechtigde leeftijd met pensioen
Bij BPF Waterbouw kunt u ook langer doorwerken dan uw AOW-gerechtigde leeftijd. Uw pensioen wordt dan opgeschort en u betaalt na uw AOW-gerechtigde leeftijd geen premie meer. Doordat het pensioen later ingaat, keert het korter uit waardoor de hoogte van het pensioen toeneemt.

U regelt het zo

  • Bespreek uw wensen eerst met uw werkgever. U maakt samen afspraken over wat u wilt.
  • Wilt u eerder met pensioen? Vraag dit dan 6 maanden daarvoor bij ons aan.

U vindt alle afspraken in ons pensioenreglement.

Onderling ruilen van uw pensioen
U bouwt bij ons 2 soorten pensioen op:

      1. ouderdomspensioen: dit is pensioen voor uzelf.
      2. partnerpensioen: dit is pensioen voor uw partner als u overlijdt.

U kunt het partnerpensioen ruilen voor extra ouderdomspensioen voor uzelf. Of andersom. U ruilt een deel van uw eigen pensioen dan om voor extra pensioen voor uw partner.

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen
Heeft u geen of weinig pensioen voor uw partner bij ons staan? Of wilt u het pensioen voor uw partner beter regelen? Dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor pensioen voor uw partner.

Dit zijn de afspraken

  • Uw eigen pensioen wordt lager.
  • Uw partner krijgt meer pensioen van ons als u overlijdt.
  • Het pensioen voor uw partner mag niet hoger worden dan 70% van uw eigen ouderdomspensioen.
  • Het wezenpensioen verandert niet door de ruil.
  • U kiest dit als u stopt met werken in de waterbouw en uw deelname aan de pensioenregeling stopt. Of als u met pensioen gaat;
  • Heeft u een partner? Dan moet hij of zij het eens zijn met uw keuze. Hiervoor is een notariële akte nodig.

Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen
Misschien wilt u geen partnerpensioen. Bijvoorbeeld omdat u geen partner heeft. Of uw partner heeft zelf een goed inkomen. U kunt uw partnerpensioen dan ruilen voor ouderdomspensioen voor uzelf. Of dit voor een deel doen.

Dit zijn de afspraken

  • Heeft u een partner? Dan moet hij of zij het eens zijn met uw keuze. Hiervoor is een notariële akte nodig.
  • Ruilt u al uw partnerpensioen om? Dan krijgt uw partner géén pensioen als u overlijdt.
  • Ruilt u een deel van uw partnerpensioen om? Dan krijgt uw partner minder pensioen als u overlijdt. U krijgt zelf méér pensioen.
  • U maakt deze keuze als u met pensioen gaat. U kunt uw keuze daarna niet meer veranderen.
  • Heeft u een ex-partner die recht heeft op bijzonder partnerpensioen? Dan kunt u dat deel van het partnerpensioen niet ruilen.

Meer weten? 

  • U leest meer in ons pensioenreglement in laag 3.
  • Uw pensioenbedragen staan op het Uniform Pensioenoverzicht dat u elk jaar van ons krijgt.

Uw pensioen vergelijken
Heeft u meerdere pensioenpotjes? Omdat u al eens van baan veranderde? Dan kunnen de afspraken over uw pensioen anders zijn. Elk pensioenfonds heeft namelijk zijn eigen pensioenregeling.

Het is belangrijk dat u weet wat de verschillen zijn tussen uw oude en nieuwe pensioenregeling. Bijvoorbeeld als u solliciteert bij een werkgever met een andere pensioenregeling. Of als u uw oude pensioen wilt meenemen als u een nieuwe baan heeft.

Met de pensioenvergelijker in laag 3 kunt u de belangrijkste onderdelen van uw regelingen vergelijken. U ziet direct wat de verschillen zijn.

Hoe zeker is uw pensioen?

U loopt risico met uw pensioen
De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenuitbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden er mogelijk toe dat wij moeten korten op uw opgebouwde rechten.

BPF Waterbouw probeert zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. Een risico is bijvoorbeeld een snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging bleek namelijk groter te zijn dan de stijging waarmee rekening werd gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. BPF Waterbouw moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

Verder beïnvloedt de rente de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld BPF Waterbouw ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt BPF Waterbouw ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Er zijn nog meer risico’s waar BPF Waterbouw rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. BPF Waterbouw moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’.

Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over de hoogte van de premie en het verlenen van indexatie. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden.

U leest meer over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad bij Financiële situatie.

Wij proberen uw pensioen welvaartsvast te houden
Het bestuur streeft ernaar om de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor actieve deelnemers welvaartsvast te houden. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks meegroeit met de algemene loonstijging. Dat noemen we toeslagverlening.

Het bestuur van het pensioenfonds bepaalt jaarlijks op basis van het toeslagbeleid of een toeslag kan worden verleend. Of een verhoging plaats kan vinden is onder andere afhankelijk van de financiële positie van het fonds. U heeft echter geen recht op toeslagverlening en ook voor de lange termijn is het niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. U betaalt namelijk geen premie voor de toeslagverlening en er zijn ook geen pensioenreserves voor toeslagverlening.

Het bestuur bekijkt tegelijkertijd of ook de ingegane pensioenen (zowel ouderdoms-, nabestaanden- als wezenpensioenen) en de pensioenaanspraken van de gewezen deelnemers met de prijsindex kunnen worden aangepast. Ook hier geldt voor dat dit geen recht is.

Lees ook deze informatie

Als ons pensioenfonds een tekort heeft
Het kan gebeuren dat BPF Waterbouw ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. De pensioenuitvoerder heeft de taak zo zorgvuldig mogelijk af te wegen wat de beste oplossing is: de premie verhogen, niet indexeren of de pensioenopbouw verlagen. Het bestuur kan ook kiezen voor een combinatie van maatregelen of nog andere keuzes maken. In het uiterste geval kan BPF Waterbouw dus besluiten uw opgebouwde pensioen of pensioenuitkering te verlagen.

BPF Waterbouw heeft de pensioenen nog nooit hoeven verlagen. Klik hier voor meer informatie over onze financiële situatie en de beleidsdekkingsgraad.

Lees ook deze informatie

  • Ons financieel crisisplan vindt u in laag 3.
  • Lees het pensioenreglement in laag 3. Kijk bij Toeslagverlening.
  • Het laatste nieuws over onze financiële situatie vindt u bij Nieuws.

Welke kosten maken wij?

Ons pensioenfonds maakt kosten om uw pensioen te regelen, te weten:

      • Kosten voor het bestuur, de organisatie en de administratie
        Bijvoorbeeld voor de betaling van uw pensioen en ontvangst van uw premies. Of voor goede informatie aan u en uw werkgever. Zo verzorgen we dit Pensioen 1-2-3 en uw Uniform Pensioenoverzicht.
      • Kosten om de pensioengelden te beheren en te beleggen
        Wij betalen de partijen die de pensioengelden voor ons beleggen. Ook maken we transactiekosten. Zo betalen wij kosten aan de beurs als we aandelen of obligaties kopen. Of verkopen.

U leest meer over onze kosten in het jaarverslag dat opgenomen is onder downloads.

Wanneer moet u in actie komen?

Als u van baan verandert
U heeft een baan in onze branche. Uw werkgever is ook bij ons aangesloten. Daarom bouwt u nu pensioen op in onze pensioenregeling.

U kunt het pensioen dat u eerder opbouwde onder bepaalde voorwaarden meenemen naar ons fonds
Dit heet waardeoverdracht. U vraagt dit bij ons aan. Kijk bij waardeoverdracht voor meer informatie.

Als u later een andere baan krijgt
Krijgt u een nieuwe baan? En een andere pensioenregeling? Dan gaat u pensioen opbouwen in die pensioenregeling. Ook dan kunt u ervoor kiezen uw opgebouwde pensioen mee te nemen. U vraagt dit aan bij uw nieuwe pensioenfonds.

Waardeoverdracht is niet nodig als u een nieuwe baan vindt in de waterbouw. U blijft dan namelijk pensioen bij ons opbouwen. Uw pensioenregeling verandert dus niet.

Kiest u voor waardeoverdracht?
Dan heeft u al uw pensioen bij elkaar. U krijgt uw pensioen later van 1 pensioenfonds.

Kiest u niet voor waardeoverdracht?
Dan blijft uw opgebouwde pensioen staan bij uw oude pensioenfonds. U betaalt daar geen premie meer. U bouwt er ook geen pensioen meer op. U krijgt dat deel van uw pensioen straks van uw oude fonds.

Bedenk goed of waardeoverdracht voor u verstandig is
Als u uw nieuwe pensioenfonds om waardeoverdracht vraagt, krijgt u eerst een opgave. Daarin staan uw oude en nieuwe pensioenbedragen. Kijkt u niet alleen naar de bedragen. Vergelijk óók uw oude en nieuwe pensioenregeling. Dat doet u met dit Pensioen 1-2-3:

  • Wat krijgt u wel en niet? Bijvoorbeeld pensioen voor uw partner en kinderen als u overlijdt.
  • Wat is de financiële situatie van uw oude en nieuwe pensioenfonds? Verhoogt uw nieuwe pensioenfonds de komende jaren uw pensioen, en uw oude pensioenfonds niet? Dan kan waardeoverdracht gunstig zijn. Andersom kan natuurlijk ook.

Als het financieel niet goed gaat, kan waardeoverdracht niet direct
De financiële situatie van uw oude en nieuwe pensioenfonds moet wel goed zijn. De beleidsdekkingsgraad moet minstens 100% zijn. Dit is wettelijk geregeld.

Is dit niet zo? Dan kunt u uw waardeoverdracht wel aanvragen. Maar uw pensioen blijft bij uw oude fonds tot de financiële situatie van beide fondsen weer goed is. Daarna krijgt u een opgave. U beslist dan pas of u uw pensioen echt meeneemt.

De dekkingsgraad is de verhouding tussen:

  • het geld dat een fonds in kas heeft, en
  • het geld dat het fonds nu en in de toekomst aan pensioenen moet betalen.

Is de dekkingsgraad 100%? Dan zijn die 2 gelijk. Er is dan precies genoeg geld voor alle pensioenen.

Elk fonds meet de dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. Daarvan nemen we het gemiddelde. Dit heet de beleidsdekkingsgraad. We meten die elke maand. U leest meer over onze financiële situatie onder het kopje pensioenfonds/financiële situatie. Of kijk bij Nieuws.

Kijk op de website van uw andere pens